Vlak voor mijn voeten spat een koffiezetapparaat in honderden stukjes uit elkaar. Verbluft staar ik het trappenhuis in. Tijdens meerdere jaren politiewerk kreeg ik al van alles naar mijn hoofd geslingerd – letterlijk en figuurlijk – maar een koffiezetapparaat? Dat is nieuw.

Mijn collega en ik staan in een herenhuis waar een bewoonster heeft geklaagd over geluidsoverlast van haar bovenbuurman. Ze vertelde dat de man de hele nacht schreeuwend door het trappenhuis heeft gedwaald en bewoners de stuipen op het lijf joeg. Op dit moment is het stil. Te stil, als je het mij vraagt. Fluisterend lopen we naar boven. De deur staat open, maar de opening is gebarricadeerd met onder andere een barbecue, fiets en verhuisdozen. ‘Hallo?’ roep ik. ‘Politie hier! Kunnen wij binnenkomen?’
Geen antwoord.

In de badkuip liggen etenswaren
We halen de spullen uit de deuropening. ‘Meneer, politie hier! We willen even met u praten.’ Voorzichtig stappen we naar binnen. Het appartement is een chaos. Niets klopt. In de badkuip liggen etenswaren, schoenen zijn aan de muur gespijkerd, lampen van het plafond getrokken, de stofzuiger staat in de toiletpot en het bed ligt vol planten en bestek. We moeten de wijkagent en de GGD waarschuwen, dit is niet goed.

Planeet vermist
Achterin het appartement is de keuken. Daar moet de man zich verscholen houden. Ik steek voorzichtig mijn hoofd om de hoek en word direct vastgegrepen. Ik gil van schrik. De man klampt zich aan me vast. Hij is poedelnaakt. En zwaar. Ik wurm me paniekerig los. Dan begint hij te oorverdovend te schreeuwen. Mijn collega spreekt een klein woordje Spaans en verstaat de man: ‘Hij zegt dat hij koning is van een planeet, maar die planeet is kwijt.’

Naakt door de sneeuw
Aangezien het buiten sneeuwt en ik het niet zie zitten met een naakte man over straat te banjeren, ga ik op zoek naar kleding. Ik kan alleen een broek vinden en gebaar dat hij die moet aantrekken. De man staart me wezenloos aan. ‘Broek aan. Pants. Aantrekken.’ Waarom spreek ik geen Spaans? ‘Pantalones por favor’, roept mijn collega triomfantelijk. Ik onderdruk een lachbui. Dat had ik ook nog wel kunnen verzinnen.

Een beetje normaal
Op het bureau komt een psycholoog van de GGD langs en vraagt of we de man – die waarschijnlijk een psychose heeft – willen overbrengen naar de crisisopvang. Prima. Maar de stakker rilt van de kou, dus ik haal eerst een drenkelingenpak. Alsof ik probeer een schreeuwende peuter van 120 kilo aan te kleden; zodra ik zijn ene arm in een mouw heb, heeft hij de andere kant alweer uitgetrokken. Mijn collega’s hangen slap van het lachen over de balie. Ik waag nogmaals een verhitte poging. ‘Señor. Armos in mouwos. Por favor!’

Marlene's-politieverhalen-Pantalones-por-favor

Over de auteur

Marlene

Marlene Rooseman beleefde bizarre dingen tijdens tien jaar politiewerk in Amsterdam. Ontwikkelde daar al snel haar sterkste wapen: duidelijke taal. Schreef prachtige politieverhalen als eindredacteur en heeft nu haar eigen bedrijf genaamd BureauTekst. No shit… een tekstbureau. Woont met man, dochter en hond in Amsterdam-Noord. Probeert om de dag te sporten maar “vergeet” dit regelmatig. Guilty pleasures: Donald Ducks, insanity, candy crush saga (zonder mensen te spammen op Facebook hoor) en chocola. Véél chocola.