Het ruikt muf, ik open de ramen. Samen met een collega sta ik in de woning van een overleden, bejaarde man. Zijn lichaam bungelt aan een touw in het trapgat. Ik werk nog niet lang bij de politie en het is de eerste keer dat ik op deze manier een overleden persoon zie. Niet netjes opgebaard in een mooie kist, maar dood in huis. Ik heb moeite mijn ogen af te wenden van het onwerkelijke tafereel.

Vergeelde trouwfoto’s
Ongemakkelijk loop ik door het huis. Op een houten tafeltje in de woonkamer staat een foto van een hoogbejaarde dame met een wit hondje in haar armen. Netjes afgestoft. Aan de muur hangen drie vergeelde trouwfoto’s. Het is dezelfde vrouw. Het huis is donker. Bruine meubelen, bruine gordijnen, zelfs de tafelkleden en bloempotten zijn bruin. De sfeer is kil en het voelt gek om spullen aan te raken terwijl de man daar nog hangt.

Er was niemand
Omdat het waarschijnlijk nog wel een paar uur duurt tot de schouwarts komt, ga ik alvast op zoek naar telefoonnummers van familieleden. Na een uur heb ik het hele huis doorzocht, maar niets gevonden. Geen portemonnee, geen adresboekje, geen agenda. Niets. Alleen een map van thuiszorg. Zij belden vanmorgen de politie met de mededeling dat de bejaarde man niet opendeed. Ik bel op en vertel dat hun cliënt is overleden. ‘Weet u toevallig iets over vrienden of familie?’ De vrouw aan de andere kant van de lijn valt even stil en eigenlijk weet ik het antwoord al. ‘Er was niemand.’

Eenzame uitvaart
De lijkwagen komt voorrijden. Ik open de voordeur en neem de schouwarts en zijn collega mee naar de hal. Daar maken we de overleden man los en dragen hem naar beneden. Na een kort onderzoek gaat hij mee naar het uitvaartcentrum in de buurt. Daar wacht hem een eenzame uitvaart, georganiseerd door de gemeente.

Niemand die om je geeft
Vier dagen later heb ik een vrije dag. Ik zit op de bank en krijg de overleden man niet uit mijn hoofd. Over een uur is de uitvaart. Hoe kan het toch dat daar niemand bij is? Ruim 89 jaar geleefd en dan is er geen enkele vriend, familielid of kennis die om je geeft. Ik moet er niet aan denken. Opeens kan ik het idee niet meer aan. Ik trek de voordeur achter me dicht en spring op de fiets. Als ik opschiet, kan ik de uitvaart nog halen. Staand op de trappers, race ik naar de andere kant van Amsterdam. Iemand moet er zijn.

 

Marlene's-politieverhalen-Iemand-moet-er-zijn

Over de auteur

Marlene

Marlene Rooseman beleefde bizarre dingen tijdens tien jaar politiewerk in Amsterdam. Ontwikkelde daar al snel haar sterkste wapen: duidelijke taal. Schreef prachtige politieverhalen als eindredacteur en heeft nu haar eigen bedrijf genaamd BureauTekst. No shit… een tekstbureau. Woont met man, dochter en hond in Amsterdam-Noord. Probeert om de dag te sporten maar “vergeet” dit regelmatig. Guilty pleasures: Donald Ducks, insanity, candy crush saga (zonder mensen te spammen op Facebook hoor) en chocola. Véél chocola.