Op het Westergasterrein in Amsterdam wordt een grote modeshow georganiseerd waarbij veel bekende Nederlanders aanwezig zijn. We zijn met een club agenten op de been om het terrein te bewaken.

Met mijn collega rijd ik rond over het terrein van de Westergasfabriek. Het wemelt van taxi’s die bekende Nederlanders af en aan slepen. Langzaamaan raakt de ingang geblokkeerd en we besluiten taxi’s weg te sturen die buiten de taxistandplaatsen staan. Dat zijn er nogal wat.

De eerste taxichauffeur bij wie ik op het raam tik, is direct boos. ‘Wat moet je? Ik sta zeker weer niet op de goede plek?’ Dat klopt. Beleefd leg ik de man uit dat er standplaatsen zijn voor taxi’s. En dat hij buiten het terrein zal moeten wachten als die vol zijn. Zonder te antwoorden slaat hij het portier dicht, rijdt weg en steekt zijn middelvinger naar me op.

Ondertussen zijn een aantal andere taxichauffeurs uit hun auto gestapt en beginnen ook te protesteren. ‘Doe effe normaal. We staan toch niemand in de weg? Wat is je f*cking probleem agent? Ik raak geïrriteerd, maar leg desondanks beleefd uit dat de ingang van het terrein begint vast te lopen waardoor straks niemand meer voor- of achteruit kan. Dat die ingang vrij moet blijven voor calamiteiten. Maar de chauffeurs hebben geen interesse in mijn uitleg. Ze zien inkomsten aan hun neus voorbij gaan en zijn kwaad.

Na de zoveelste belediging ben ik het zat. Ik trek mijn bonnenboek tevoorschijn. ‘Jullie kunnen nu allemaal instappen en vertrekken of een bekeuring in ontvangst nemen. En als ik het echt zat ben, laat ik een sleepwagen komen. Kies maar.’ Vloekend en tierend stappen de mannen in hun taxi’s. ‘Wat heb jij een kutberoep’, schreeuwt één van hen me na.

Gezellige boel hier. Als alle taxi’s zijn vertrokken, lopen mijn collega en ik terug naar onze dienstauto. ‘Agent, agent, wacht even op ons!’ Twee vrouwen op hoge hakken tippelen onze kant op. ‘Mogen wij een lift naar de modeshow?’ Het is donker en het duurt even voor ik zie dat het Patty Brard en Tatjana Simic zijn. ‘Dat is honderdvijftig meter verderop’, reageer ik verbaasd. ‘Ja, maar kijk even naar deze schoenen schat!’ Patty steekt een torenhoge naaldhak mijn kant op. Oké, goed punt.

De twee vrouwen nestelen zich op onze achterbank. Een wolk parfum vult onze politieauto en ze hebben de grootste lol. ‘Wat gaaf zeg. Ik heb nog nooit in een politieauto gezeten. Nee ik ook niet. Hihi. Agent, waar zijn al die knopjes voor? Wat zeggen ze op de portofoon? Hoe oud zijn jullie eigenlijk? Wat zijn jullie hier aan het doen? Zit dat uniform lekker? Het kleedt niet echt af he? Mogen de zwaailichten even aan? Ah toe, ah toe?

‘Sorry, het zwaailicht zet ik niet aan’, zeg ik. Maar volgens mij trekken jullie zo al genoeg bekijks.’ We helpen het vrolijke tweetal op hun bestemming uit de auto en ze zwaaien ons uit. ‘Bedankt voor de spectaculaire entree! Wat hebben jullie een gaaf beroep zeg! Komen jullie ons vannacht weer halen?’ Ik moet lachen om het gegiebel. ‘Nee. We zijn van de politie. Geen taxichauffeurs. Die staan daar op de taxistandplaats. Tenminste… dat is de bedoeling.’

Politie-Amsterdam-Politie-opleiding

Over de auteur

Marlene

Marlene Rooseman beleefde bizarre dingen tijdens tien jaar politiewerk in Amsterdam. Ontwikkelde daar al snel haar sterkste wapen: duidelijke taal. Schreef prachtige politieverhalen als eindredacteur en heeft nu haar eigen bedrijf genaamd BureauTekst. No shit… een tekstbureau. Woont met man, dochter en hond in Amsterdam-Noord. Probeert om de dag te sporten maar “vergeet” dit regelmatig. Guilty pleasures: Donald Ducks, insanity, candy crush saga (zonder mensen te spammen op Facebook hoor) en chocola. Véél chocola.