Het programma ‘F*ck me I”m famous’ werd begin deze maand voor het eerst uitgezonden en gelijk bijzonder goed ontvangen bij de Twitteraar (#FMIF). Net als presentator Filemon Wesselink, vind ook ik de vraag ‘Waarom wil iedereen toch beroemd zijn?’ een interessante. Want als je mensen die het daadwerkelijk zíjn naar hun roem vraagt, hebben ze er vaak onder andere moeite mee dat ze niet de privacy krijgen die ze zouden willen (Doutzen Kroes en Barbie zijn het meest recente voorbeeld).

In Filemon’s programma is één van de conclusies dat beroemd zijn egoïstisch maakt. Dat het ervoor zorgt dat je zoveel met jezelf bezig bent, dat je anderen vergeet. Wat Filemon en Arie Boomsma ook vertellen is dat roem onzeker maakt. En door het objectieve zelfbewustzijn – waar artiestencoach Daisy Gubbels het over heeft-  voel je je als BN’ er in publieke ruimtes continu ongemakkelijk. Waarom wil iedereen dan toch zo beroemd zijn?

In mijn ogen heeft het allemaal te maken met succes. Beroemd zijn staat, denk ik, voor veel (met name jonge) mensen gelijk aan succesvol zijn. Bijvoorbeeld doordat je als je beroemd bent meer geld kunt verdienen, omdat meer mensen je interessant vinden, waardoor je marktwaarde stijgt. Maar ook omdat roem voor status en macht lijkt te zorgen: als BN’er ben jij een voorbeeld voor anderen, mensen volgen jou (letterlijk of figuurlijk).

Slagroom uit een spuitbus

Daphne Deckers vertelt in F*ck me I’m famous dat ze vaak van kinderen hoort dat ze later ‘beroemd willen worden’. Ze zegt erachteraan: ‘Dat slaat natuurlijk nergens op, beroemd zijn is geen baan’. Ik twijfel eraan of dit waar is. Ik zou beroemd zijn zelf ook niet als baan omschrijven, maar puur en alleen het feit dat je beroemd bent is wel genoeg om er de kost mee te verdienen. Denk aan de vele realitysterren die er zijn, met Kim Kardashian voorop.  Ook dit maakt dat mensen beroemd willen worden, in mijn ogen: het wekt de suggestie dat als je maar beroemd bent, je verder weinig voor je geld hoeft te doen.

De vergelijking tussen roem en ‘slagroom uit een spuitbus’ vind ik heel mooi: beiden lijkt het heel wat, maar stelt het uiteindelijk niet zoveel voor. Joop van den Ende zegt dan ook heel terecht: ‘Als je in GTST speelt en binnen twee maanden tijd van niets naar postzakken vol per dag gaat… En als je dan gaat geloven dat het waar is, ben je goed fout bezig’. Hierin zit ‘m het gevaar van roem en voor mij de parallel met drugs en andere verslavende middelen: het geeft je tijdelijk een goed gevoel, maar de kater komt later.

Voor het eerst herkend

Ik ben zeker niet beroemd, maar door het schrijven van deze blog ging ik me wel afvragen of ik nog weet wanneer ik voor het eerst herkend werd vanwege mijn blog. Dat het antwoord ‘nee’ is, daar ben ik eigenlijk wel blij om: blijkbaar heeft het niet veel indruk op me gemaakt. Vergeleken bij Filemon of Arie heb ik natuurlijk makkelijk praten, maar ik geloof dat ik altijd nuchter genoeg met de aandacht die ik soms krijg om heb kunnen gaan. Negatieve reacties helpen mij daarbij: ik weet hoe kortzichtig en ongenuanceerd mensen kunnen denken en reageren. Als dit voor de negatieve reacties geldt, dan geldt dat natuurlijk ook voor de positieve. Ik ben vandaag niet opeens mooier dan gisteren: ik heb alleen andere make-up op, een andere filter over mijn gezicht gegooid of sta in flatterender licht.

Ik moet wel toegeven dat ik denk dat als ik helemaal van het Internet zou verdwijnen, ik de aandacht die ik zodoende krijg zou missen. Mijn blogs zijn een podium, ik ben gewend er dagelijks op te staan en een publiek te ontvangen. Natuurlijk is dit alles slechts digitaal, maar toch… het idee dat ik invloed heb op een grotere groep mensen, dat spreekt mij aan.

De keerzijde is dat ik me op sommige momenten een digitale schietschijf heb gevoeld en me serieus heb afgevraagd waarom ik het opzoek dat mensen een mening over me willen vormen. De paar keer dat ik veel kritiek over me heen gekregen heb vond ik moeilijk. Niet zozeer vanwege de kritiek, maar omdat ik merk dat mensen dan de behoefte krijgen mij op een negatieve manier te raken en op zoek gaan naar hoe ze dat kunnen doen.

Hoge bomen vangen veel wind

Aan de andere kant: als het (uiteindelijk) lukt goed om te gaan met zowel de positieve als de negatieve aandacht, dan kan dat veel voldoening en kracht geven. Hoge bomen vangen nog altijd veel wind en die wind maakt sterk en weerbaar. Weerbaarheid komt in de rest van je leven altijd van pas: het zorgt er ook in een andere context voor dat je je minder snel uit het veld geslagen voelt. Als je het zó bekijkt is beroemd zijn dan ook zo gek nog niet ;-).

beroemd-worden

Over de auteur

Suzanne

Suzanne woont in Arnhem (maar mentaal in Amsterdam) en is full time blogger. In haar vrije tijd werkt ze eigenlijk het liefst, maar natuurlijk is er ook altijd aandacht voor haar konijnen en cavia's. Ze gaat naar bed en staat op met Instagram en is altijd wakker te maken voor een limited edition schoenen- of make-up collectie.