Met loeiende sirenes rijden we richting de Prinsengracht in Amsterdam. Vlakbij het Anne Frankhuis drijft een man op zijn buik in het water, mogelijk overleden.

Hoe verschrikkelijk ook, gelukkig even geen aanrijdingen meer. De hele dag heb ik verkeer staan regelen, aanrijdingsformulieren ingevuld, auto’s laten afslepen, glas geveegd en ruziënde bestuurders uit elkaar getrokken. Ik kan geen aanrijding meer zien.

Bij het Anne Frankhuis is het een drukte van jewelste. Mensen hebben blijkbaar al door dat er iets te zien valt; toeristen verdringen zich rond de kade en rondvaartboten dobberen doelloos rond. Collega’s van de waterpolitie zijn gelukkig al aanwezig om de boten op afstand te houden en het lichaam (de man is inderdaad overleden) uit het water te halen.

Mijn collega en ik helpen het lichaam op de kade te tillen. De man ziet er nog vrij jong uit.  Terwijl rechercheurs in de kleding op zoek gaan naar legitimatie, plaatsen wij grote schermen tussen de gracht en het Anne Frankhuis, om onze werkzaamheden enigszins af te schermen. De toeristen en toegesnelde journalisten zijn echter niet voor één gat te vangen en haasten zich met hun grote zoomlenzen naar de overkant van het water.

De man blijkt een bekende van de politie te zijn. Door schulden, verslavingen en problemen was hij al vaker doorverwezen naar verschillende hulpverleningsinstanties. Maar al die hulp weigerde hij steevast. Triest om deze afloop te zien.

Een van de rechercheurs die eventueel onderzoek zal doen naar de doodsoorzaak, is een collega waarmee ik eerder op een ander politiebureau heb samengewerkt. We houden toeristen op afstand en praten ondertussen even bij. Over lijkvindingen en andere gebeurtenissen van de afgelopen maanden. ‘Vandaag had ik vier aanrijdingen’, mopper ik. ‘Hoe moeilijk is het toch om iemand van rechts voorrang te verlenen? Dat wordt morgen de hele dag verbalen schrijven.’

Terwijl ik praat, hoor ik geschreeuw aan de overkant van de gracht. Een medewerker van een televisieomroep (ik zal verder geen namen noemen) is blijkbaar vergeten zijn auto op de handrem te zetten, want die rolt achteruit richting een grachtenpand. De cameraman rent erachteraan, maar kan het voertuig niet meer bereiken. Mensen springen aan de kant en de auto boort zich met een gigantische klap door de glazen pui. Mistroostig neem ik afscheid van mijn collega en knik naar overkant. ‘Ik ga even een aanrijding afhandelen.’

Leuk detail: de rechercheur in kwestie is inmiddels mijn echtgenoot 😉

amsterdamse-Politie-serie

Over de auteur

Marlene

Marlene Rooseman beleefde bizarre dingen tijdens tien jaar politiewerk in Amsterdam. Ontwikkelde daar al snel haar sterkste wapen: duidelijke taal. Schreef prachtige politieverhalen als eindredacteur en heeft nu haar eigen bedrijf genaamd BureauTekst. No shit… een tekstbureau. Woont met man, dochter en hond in Amsterdam-Noord. Probeert om de dag te sporten maar “vergeet” dit regelmatig. Guilty pleasures: Donald Ducks, insanity, candy crush saga (zonder mensen te spammen op Facebook hoor) en chocola. Véél chocola.